[Nieuwsbrieven: Februari 2008]





São Paulo, 2 maart 2008

Beste mensen,

Deze periode heb ik weer veel ervaringen opgedaan, maar ik zal me in eerste instantie beperken tot de zaak die het meest indruk op me heeft gemaakt.
Na aankomst, vrijdagnacht de 15e februari op Guarulhos, het vliegveld van São Paulo, ben ik zondags naar Paranapiacaba gegaan waar we vorig jaar een Centro Social gesticht hebben.
Hier ontvangt dr Carmen Jane, die onze stichting daar vertegenwoordigt, de door onze symbolisch geadopteerde families, meestal alleenstaande vrouwen met nogal wat kinderen en praktisch geen inkomen. Door onze steun is er nu eten en volgen ze cursussen. Die worden in ons centrum mede georganiseerd door Celma, de vrouw van de plaatselijke pastor. We hebben haar een cursus computerkunde laten volgen, en ze brengt deze kennis nu over aan de andere vrouwen.
Het centrum is een kleine, door ons gehuurde ruimte en er worden ook cursussen artisane gegeven. Borduren, het maken van sieraden enzovoorts. De producten die worden gemaakt worden verkocht, voornamelijk straks in juni als de toeristen komen.
Op de foto die gemaakt is in ons onderkomen: links Celma, de vrouw van de pastor, in het midden dr Carmen Jane en rechts op de rug gezien Ana Paula een van onze vrijwilligers.





Een van die vrouwen daar is Lucimar.
Ze heeft aids, maar vooral ze heeft een dochter Ana Clara;
op de foto zie je haar, samen met haar moeder.
Ze heeft het verstandelijk vermogen van een klein kind, maar dan wel van een heel klein kind. En ze is lichamelijk gehandicapped; ze kan niet lopen.

Ik had, maar misschien was het wel wishfull thinking, de indruk dat ze me herkende. Ze leek het leuk te vinden dat ik er was en als ik haar wangen streelde, sloot ze haar ogen, zoals een kat doet. Ze maakte ongelooflijk indruk op me, omdat ze vrolijk was. Het huis waarin ze nu wonen is iets ruimer dan wat ze hadden, en ik wil informeren of ze daar een rolstoel voor haar kunnen bemachtigen





In Santo Andre hebben we problemen gehad met de pedreiro (metselaar, die eigenlijk van alles wel kan doen) van het huis van Orlidia (zie foto onder), die zijn werk niet heeft afgemaakt.

Hij bedreigde Dona Terezinha en dr Shirley, onze vertegenwoordiger daar en we hebben nu een nieuwe gevonden die de klus gaat afmaken. Kost wel nog eens 1800 euro. Thalia Josepha, de dochter van Orlidia, heeft inmiddels een diploma Engels gehaald
(zie foto, genomen in ons jeugdcentrum in Santo Andre).

De problematiek rond deze pedreiro, maar ook die rond het drugsgebruik van een van de oorspronkelijk door ons gesteunde vrouwen, allen woonachtig in de favela Crusado II, hebben er toe geleid dat het betreden van deze sloppenwijk zo gevaarlijk is geworden dat ik er zeker niet meer in kan. maar ook Dona Terezinha en Shirley zullen dit niet meer doen.





huis van Orlidia




Voor AnaLucia en dochter Gabriela hebben we per onmiddellijk een nieuw huis gehuurd.
Had het liefst wat gekocht, maar we hebben er de middelen niet voor. Ze woonde er in een huis waar meerdere mensen wonen.
Onder meer een man die zeer agressief is als hij drinkt, en heel veel drinkt. Het huis was door het slechte weer onder water gelopen en Ze Carlos, een vriend van me hier, heeft hen opgevangen. Het gaat Ana Lucia goed, hoewel ze aids heeft. Gabriela volgt een cursus Engels en Computerkunde en het gaat haar goed af.
Ze was hiv+ maar bij de laatste controles is de uitslag negatief geweest. Ik weet dat dat mogelijk is, want ik heb die ervaringen ook wel gehad in Perus bij Zuster Helena; het is vooral het gevolg van het feit dat accurate metingen van het virus niet eenvoudig zijn. De ene keer is de uitslag positief, de andere keer negatief.




De vergaderingen met onze families in Santo Andre verliepen deze keer wat stroef.
De afspraak (het is zelfs een contract op papier) is dat zij in ruil voor onze hulp aan zich zelf zullen werken (cursussen volgen) maar vooral ook Dona Terezinha helpen bij haar werk.
Er zijn altijd helpende handen nodig. En dat gebeurt te weinig.

We hebben ons standpunt nog maar eens duidelijk gemaakt: We helpen om de gezinnen een perspectief op een beter leven te bieden;
een minimale vereiste daarvoor is natuurlijk dat er eten en drinken is en zodanig hygiënische omstandigheden dat ziektes er minder kans krijgen.
Maar de eisen die wij stellen aan de families die we steunen liegen er niet om:
werken, een baan zoeken (veelal als huishoudster of vrijwilliger bij de organisaties die we steunen), opleidingen volgen, vooral ook de kinderen. Cursussen volgen om het zelfvertrouwen te vergroten, en een vak leren waarmee ze geld kunnen verdienen, omdat het niet de bedoeling is dat we eindeloos doorgaan met de hulp. Daarvoor zijn de wachtlijsten te lang.

De maand maart hebben een aantal families, die het wat laten afweten, de gelegenheid om duidelijk te maken hoe ze aan deze eisen zullen gaan voldoen. Als dat niet naar tevredenheid is, zullen we onze hulp beperken tot het verstrekken van een voedselpakket, met daarin ook producten voor persoonlijke verzorging. Gelukkig gaat het met het merendeel van onze families erg goed.





In Cangaiba is het huis van Cristiane zo goed als klaar (zie foto met vlnr Elizama, onze sociaal werker in Cangaiba, Fatima, de coordinatrice van het Centro Social de Bom Jesus, en Cristiane met een van haar dochters)en alles redelijk binnen de begroting. We hebben bedden en enig meubilair voor ze gekocht, zodat het huisje ook kan worden ingericht en niemand meer op de grond hoeft te slapen.
Nu zullen we beginnen met het huis van Lucineide die met zes kinderen in een barak op een stoep woont. Dit wordt inmiddels toegelaten door de gemeente en we zullen er nu een heel nieuwe verdieping boven op zetten.
Ik verwacht op korte termijn de begroting en de pedreiro kan dan beginnen zodra we een sponsor hebben voor dit projectje. Het gaat om ongeveer 7000 euro aan vooral materiaalkosten, want de echtgenoot en de zoon kunnen als medewerker van onze vaste pedreiro in Cangaiba (Eribaldo), die toezicht zal houden, veel dingen zelf doen.
Deze man van Lucineide is eveneens metselaar en zal dus meewerken, maar hij dronk. Hij is nu onder behandeling. Uiteraard hebben we duidelijk gemaakt dat het absoluut niet toegelaten wordt dat de man blijft drinken. Door de behandeling laat hij zijn goede kanten zien. Van Lucineide heb ik begrepen dat ze hem de deur uit zal zetten als hij niet stopt met drinken; er zijn dus nogal wat stokken achter de deur.




Naast het Centro Social de Bom Jesus en de kern iets verder op, beiden behorende bij de katholieke kerk, zijn we deze keer in Cangaiba ook begonnen met een nieuw sociaal centrum (behorend bij een evangelische, zeg maar protestantse gemeente). Het zaalje is gehuurd.
Op de foto: deel van het zaaltje in Cangaiba
We verstrekken voorlopig 10 cestas basicas (voedselpakketten) per maand voor de armste 10 families in de omgeving. Deze behoren overigens niet noodzakelijkerwijs tot de kerkelijke gemeente.
Het centrum moet nog een naam hebben, en we hebben geld beschikbaar gesteld om het op te knappen. Het idee is hier dat voornamelijk voedsel (en andere noodzakelijke producten) worden verstrekt aan arme mensen uit de omliggende favela’s. Wellicht zullen we in de toekomst ook families kunnen adopteren, maar daarvoor dient de organisatie eerst meer vorm te krijgen.
In dit centrum zullen bazaars worden georganiseerd waar tweedehands goederen zullen worden verkocht.




Met deze ontwikkeling werken we dus nu samen met 3 organisaties in Cangaiba, één in Santo Andre, één in Parque Andreensis en één in Paranapiacaba.

Naast deze organisaties, waarvan er twee door ons zelf zijn opgericht (het centrum in Paranapiacaba en het nieuwe centrum in Cangaiba) hebben we gesprekken gevoerd met een nieuwe, al lang bestaande entiteit: de NAIA, in een wijk in het zuiden van de stad São Paulo.
Deze organisatie bezit crèches voor kinderen uit de sloppenwijken, maar, en daar gaat het ons nu vooral om: twee groepen van alleenstaande vrouwen uit de sloppen die een opleiding volgen tot kleermaakster / naaister.
De bedoeling is dat er een soort coöperatie wordt opgericht van deze vrouwen (uiteraard begeleid door de NAIA) waardoor deze vrouwen als het ware zelfstandig ondernemer kunnen worden.
Dit zullen ze nooit helemaal alleen kunnen, want natuurlijk zijn de meeste van deze vrouwen analfabeet.

De NAIA heeft de steun van RealAid gezocht om dit project gestalte te geven. Het gaat om twee groepen van 25 vrouwen.
Onze steun is gevraagd voor de aanschaf van (ook industriële) naaimachines, en overige inrichting van het atelier, mogelijk van de huur. En natuurlijk voor de verstrekking van cestas basica’s (de “boodschappenmandjes” met noodzakelijke etenswaren en verzorgingsproducten) voor deze vrouwen en hun gezinnen.
In mei, bij ons nieuwe bezoek, zullen we deze organisatie bezoeken en u verder informeren. De doelstellingen van de organisatie sluiten aan bij de onze. Een tweede voordeel is dat we kunnen bekijken hoe een dergelijke coöperatie met dit soort vrouwen kan functioneren, zodat we wellicht de mogelijkheid hebben dit initiatief ook in de andere wijken, waar de actief zijn, te implementeren.





Al met al wordt er door RealAid nu nogal wat geld uitgegeven en het is dus echt nodig dat we nieuwe sponsors en donateurs krijgen.

Tenslotte hebben we eveneens het Casa Lar Ebenezer bezocht en er lang gesproken met Fernando. Zijn kindertehuis telt nu 10 kinderen (dat is het maximale dat is toegelaten in Santo Andre, in São Paulo is dat 20).
De kinderen (ook babies) die er geplaatst worden (opdracht rechter of kinderbescherming) zijn eigenlijk altijd slachtoffer van ernstig huiselijk geweld, meestal incest.
Op de foto: het vele speelgoed dat geschonken wordt. Fernando vertelde me dat je het helaas niet kan eten
Als de kinderen er geplaatst worden stelt de gemeente een equipe psychologen, maatschappelijk werkers, enz samen die de resocialisatie van het gezin gaan leiden. 70% van de kinderen gaat terug naar het gezin als dit proces voltooid is.
Er is echter een probleem: van deze resocialisatie komt meestal niets terecht.
Deze equipes functioneren gewoon niet en doen helemaal niets. Werken in de favela’s is ook geen lolletje. Maar ze rapporteren wel dat de resocialisatie heeft plaatsgevonden en de kinderen moeten dan in opdracht van de rechter terug worden geplaatst in het ouderlijk huis.
En daar begint dezelfde ellende onmiddellijk weer.
De soms moeizame toegang tot de favela’s (sloppenwijken) is natuurlijk niet de enige oorzaak. De werkelijkheid is gewoon anders: de politici hebben voldoende aan het gegeven dat de gemeente deze equipes samenstellen en statistisch goede resultaten op papier laten zien.
Van de 230 kinderen die zo zijn opgevangen door Fernando en zijn vrouw Helma zijn er velen weer teruggekomen bij hen. Maar als ze 18 zijn geworden, mogen ze er niet langer verblijven (wetten zijn er genoeg). Als ze dan niet geadopteerd zijn (wat gewoon niet lukt op die leeftijd), belanden ze meestal op straat.
Dit is allemaal zo uitzichtloos dat ik eigenlijk nog niet weet hoe we kunnen helpen. Ze moeten er nu wel weg en het beste zou zijn als we een nieuw onderkomen voor ze konden regelen.





Aan ons project “Casa de Sopa” wordt met behulp van het Rode Kruis nog steeds gewerkt.
Er zijn toezeggingen voor de financiering binnen van de afdeling Haarlem en de afdeling Meppel, terwijl het district Drenthe zich nu inzet om binnen haar mogelijkheden te zoeken naar de financiering van het ontbrekende gedeelte.
Wij hopen dat voor het einde van de maand maart 2008 hierover nu duidelijkheid komt en dat we kunnen beginnen met de sloop en de herbouw van het nieuwe centrum.
Foto: voedseluitdeling in het “Casa de Sopa”




Etende kinderen in Casa de Sopa

Zoals je ziet, is er weer het nodige gebeurd.
We zijn nu tot hier gekomen en nu moeten we bewijzen dat we verder kunnen Heel veel gezinnen worden nu geholpen door ons en hebben een perspectief gekregen.

Met steun van anderen gaan we verder. Vooral ook met uw steun.

Groet

Jan van der Woude