[Nieuwsbrieven: Maart 2007]





Naar aanleiding van mijn bezoek in maart

Er is weer veel gebeurd tijdens mijn verblijf in São Paulo, waar zelfs de geharde Paulistanen het te warm vonden. De hitte ging gepaard met luchtverontreiniging waardoor de enorme stad, gezien via een satelliet, in een bruingele wolk verscholen ging. Zelfs de schaduw bood weinig soelaas.
Laat ik beginnen met de meest opvallende dingen. Na dagenlang achter hem aangezeten te hebben, heeft de president van het Braziliaanse Rode Kruis nog steeds niet het verzoek ondertekend aan het Nederlandse Rode Kruis (waar ik ook deel van uit maak) om financiële steun voor twee sociale projecten in de wijk Santo Andre waar RealAid nu haar werkzaamheden uitvoert. Het gaat om de herbouw van de keuken / kantine, een van de gebouwen van Dona Terezinha waar wekelijks voedsel wordt klaargemaakt en uitgedeeld aan de mensen uit de sloppenwijken van de deelgemeente.
Het gebouw staat op instorten en moet vervangen worden. Het Nederlandse Rode Kruis had al te kennen gegeven dat het om een project gaat dat past binnen de doelstellingen van de organisatie. En er zijn aanbevelingen gegaan vanuit het districtsbestuur van Drenthe om dit project van RealAid te steunen.
Tevens zijn er aanbevelingen gedaan door Braziliaanse organisaties aan het Braziliaanse Rode Kruis om het verzoek aan Nederland zo spoedig mogelijk te verzenden. We blijven optimistisch en er is nog steeds aanleiding om te hopen dat het project gerealiseerd kan worden, evenals het project van de FEASA waar bijscholing voor de vele vrijwilligers plaats dient te vinden en waar RealAid zich ook met hulp van het Rode Kruis voor wil inzetten.
Ik heb u hier in mijn vorige nieuwsbrief over geïnformeerd.
De financiële aanvraag kan tevens benut worden voor een derde project dat RealAid deze maal geïnitieerd heeft: het kopen van een terrein waar we huisjes op kunnen bouwen. Ik kom hier later in de nieuwsbrief op terug. Een aantal van “onze” families zal binnenkort op straat komen, omdat of het gedeelte van de favela waar ze wonen, of hun huisje, door de gemeentelijke overheid wordt afgebroken. En zij op straat zullen komen. Letterlijk op straat, samen met tienduizenden voor wie de straat al hun huisadres is.




Met deze wagen worden de tehuizen bevoorraad. Goederen opgehaald bij bedrijven die bijvoorbeeld voedingsmiddlen schenken, enz.




Crusado II

Ik heb alle families bezocht in de favela’s en nieuwe families geadopteerd. In de favela Crusado II in Santo Andre hebben de bewoners een briefje gekregen van de lokale overheid.
Ze hebben 40 dagen de tijd om hun barakken en krotten te verlaten. Toen ik het briefje las bij Maria Aparecida waren er al 10 dagen verstreken. Het briefje was erg simpel en bevatte slechts een enkele regel, maar dat maakt voor de meeste mensen niet veel uit; ze kunnen het toch niet lezen.




Het verhaal van Cleonice

Vorig jaar oktober hebben we de toen hoogzwangere 28-jarige Cleonice Maria de Jesus geadopteerd.
Haar zoontje, Kelvin Vinicius is op 1 januari geboren in het Hospital Público, waar hij zelfs nog gefotografeerd werd voor het journaal als het eerst geboren kindje in 2007 in São Paulo. We hebben er in onze vorige nieuwsbrief over gesproken. De vader, een getrouwde man, heeft Kelvin niet erkend en wil hem ook niet zien. Het krotje, waarin ze woonde, had geen ruimte voor een wieg. Er was geen keuken, geen wc, geen wasbak. Omdat ze mentaal niet helemaal goed is, hebben we haar hulp verstrekt door middel van voedsel en kleding.
In haar jeugd is ze mishandeld door haar vader die haar heel veel hard op haar hoofd heeft geslagen, waardoor er van Cleonice is geworden zoals ze nu is. Mensen van de locale organisaties waar we in Santo Andre mee samenwerken (FEASA en de organisatie IACCA van Dona Terezinha), hadden me al verteld dat de kans erg groot zou zijn, dat de rechter haar het kind zouden afnemen, omdat ze, zeker ook in haar omstandigheden, er niet voor kan zorgen.

Het gevolg is geweest dat ze zich, na de bevalling, verscholen heeft gehouden in de favela om onbereikbaar te zijn voor de rechterlijke macht, die inderdaad het kind wilden afnemen om hem ter adoptie aan te bieden aan pleegouders.
De zuster van Cleonice, Maria Aparecida de Jesus, had zich inmiddels opgeworpen als degene die Cleonice bij haar taak als moeder zou kunnen steunen, maar dat argument faalde in eerste instantie, omdat de drie kinderen van die zuster zelf al uit huis zijn geplaatst waren (ze zijn opgenomen in het tehuis Casa Lar Ebenezer van Fernando en Helma, dat we ook proberen te steunen met de actie “sponsor een kinderbed”).
Deze kinderen waren bij haar weggehaald toen geconstateerd werd dat ze waren aangevreten door ratten.
Een huisje bouwen of kopen voor Cleonice buiten de favela, met meer accommodatie, was geen optie, omdat Cleonice, zonder de steun van haar zuster, feitelijk niet kan overleven.
Ik weet wel dat liefde geen ruimte in beslag neemt, zeker ook niet de liefde voor het eigen kind, maar zonder enige levensruimte krijgt het kind geen licht. Uiteindelijk hadden we een oplossing gevonden waarbij we in eerste instantie het geluk mee hadden gekregen. Wat geluk naast ons optimisme, waar we niet zonder kunnen in deze ruwe en soms radeloze wereld van sloppen en menselijk verdriet. We hebben in eerste instantie besloten het huisje van de zuster uit te breiden met een ruimte voor Cleonice en haar baby.
We behoefden alleen het materiaal te leveren omdat in de favela broer Romildo de Jesus met helpende hand het werk wilde doen.
We zijn hier eind januari mee begonnen en de Kinderrechter heeft besloten dat Cleonice nu het kind mag behouden, waarbij ook nog eens speelt dat haar zuster, die eigenlijk haar drie eigen kinderen niet heeft kunnen grootbrengen, nu buitengewoon goed omgaat met Kelvin en er dus een redelijke kans bestaat dat het allemaal goed komt.





De rechter heeft echter al gezegd dat terugkeer van Maria’s eigen kinderen alleen mogelijk zal zijn als ze de favela verlaat waar ze nu woont. Haar kinderen gaat het overigens goed in het tehuis van Fernando en Helma, en ze komen niet bij hun moeder, omdat deze omgeving te gevaarlijk voor hen is.
De situatie van Cleonice was zeer precair. Ze huilde en praatte veel, ze besefte eigenlijk de ernst niet van wat haar was overkomen met haar zwangerschap. Ze weigerde haar baby te voeden, zodat Dona Terezinha melk kocht. Cleonice vertelde dat de vader van het kind haar steeds dreigde het kind af te nemen.
Ze zwerft, zoals vroeger, op straat om karton te zoeken, waar ze wat mee kan verdienen.
Nu lijkt alles goed te zijn gekomen, Cleonice voedt haar baby, en dan, ineens die brief van de lokale overheid: Cleonice, Maria Aperecida en de kleine Kelvin dienen het huisje en de favela te verlaten, die zal worden platgewalst door gemeentelijke shovels. Tijdens een gesprek, liep ze kwaad weg, als een klein kind. Maar ze kwam weer terug en was bang dat ik haar nu van de lijst had geschrapt. Vanwege haar boosheid. Dat zou ik uiteraard nooit doen bij haar, want ze weet niet beter. Ik heb haar verteld dat ik haar niet van de lijst zal halen. Dat ze er op zal blijven. Waarom? Omdat ik niet de lijst heb geschreven. Ik vertelde haar dat God haar naam op de lijst heeft geschreven, en ik haar er dus niet vanaf zal schrappen. En nou gelooft ze me.
Maria Aparecida heb ik deze keer geadopteerd. Ze zorgt buitengewoon goed voor de baby, Kelvin. Ze kan, zoals gezegd, ook haar eigen kinderen terugkrijgen indien ze de favela verlaat en elders gaat wonen.
Crusado II wordt als buitengewoon gevaarlijk aangemerkt.
En zoals gezegd: de lokale overheid heeft dit probleem nu opgelost door de bewoners, het gaat om ongeveer 200 gezinnen, te sommeren de favela binnen 40 dagen te ontruimen. Dan komt de shovel. Ik heb een bezoek gebracht aan de CDHU, een woningbouwcoöperatie van de overheid. Ze hebben flats beschikbaar die gekocht kunnen worden. De mensen in de favela’s, zeker de families die ik geadopteerd heb, hebben daar geen geld voor. Ze belanden dus op straat. Kun je je dat voorstellen? Cleonice, met de mentale leeftijd van een kind van veertien, met haar baby, in de extreem gevaarlijke straten van de grote stad, in containers op zoek naar restanten voedsel? De gemeentelijke overheid laat dit gewoon gebeuren.

Ons volgende project zal nu zijn dat we willen proberen via een resocialisatie programma de zuster van Cleonice in staat te stellen haar eigen kinderen weer te kunnen grootbrengen. Ze bezoekt nu al een psychologe.
Een compleet programma duurt een half jaar, maar we kunnen op de voorhand niet zeggen of er een kans van slagen is.
We zullen dan een nieuw huisje voor Cleonice en Maria buiten de favela moeten financieren. Ik kom hier later op terug. Maria verdient wat geld met het zoeken en verkopen van oud ijzer.




Samen met Kelvin Vinicius, de baby van Cleonice, en Dona Terezinha




Adoptie van een kind

Het is nu mogelijk dat personen, families, maar ook organisaties, scholen, kerken enzovoorts voor 30 euro per maand een kind helpen. Kinderen helpen in de sloppenwijken van São Paulo betekent: kinderen redden.
Letterlijk.
Door een dergelijke “persoonlijke” steun, krijgt de “padrinho” een betere band met het kind dan kan ontstaan via een algemene donatie aan onze Stichting en informatie via deze Nieuwsbrieven. Er kunnen foto’s worden uitgewisseld en er kan worden gecorrespondeerd.
De padrinho weet precies wie er gesteund wordt.
Links zoals het kan, nee, zoals het moet. Hieronder zoals het vaak is zonder hulp.
Éen familie en één jongeman hebben zich al gemeld als padrinho en steunen twee kinderen uit de favela’s van Santo Andre. Andreza, dochter van Irany dos Santos en Luana, dochter van Manoel Zacamas Lima, en stiefdochter van Cleusa.
Het initiatief van Rick is daarom zo bijzonder omdat hijzelf nog jong is (net 18 jaar) en nu al kenbaar maakt solidair te willen zijn met kinderen die zonder zijn hulp kansloos zouden zijn. Jeugd helpt jeugd. En het plezierige is dat de andere familie nu al te kennen heeft gegeven nog een kind symbolisch te willen adopteren.
Ik hoop oprecht dat ook anderen hun voorbeeld willen volgen.
Als niet ook andere gezinsleden geadopteerd worden op deze wijze, zullen wij dit als Stichting doen, omdat bevoorrechting van een enkel familielid onmogelijk is.








Families van geadopteerde kinderen

Irany dos Santos
is op 23 mei 1971 geboren, ze is zeer verlegen, zachtaardig en met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid.
Ze heeft zeven kinderen, waarvan er twee in Bahia wonen. In São Paulo, waarheen ze is vertrokken om betere leefomstandigheden te zoeken, heeft ze nog vijf kinderen gekregen. Haar inmiddels ex-man leeft nu op de straat en heeft haar verschrikkelijk mishandeld, samen met vrienden. Hij is aan de drugs en uiteraard zal hij nu weinig toekomst meer hebben. Maar goed ook. Een van de kinderen is Andreza, een verlegen meisje dat via onze stichting symbolische geadopteerd is door een familie uit Westerbork.
Irany werkt nu al drie jaar als huishoudster, waar ze een maandelijks loon ontvangt van ongeveer 130 euro (het minimum salaris). Haar huisje heeft twee vertrekken en staat in Cruzado II, een van de meest gevaarlijke favela’s van Santo Andre. Ook zij moet de straat op met haar kinderen.
Ze hoopte sowieso daar ooit weg te kunnen komen om het gevaar te vermijden dat haar kinderen in het drugscircuit terecht komen. De (gevaarlijke) vader van de kinderen is weer in de buurt komen wonen. Irany woont op de top van een heuvel waar geen enkele infrastructuur is, geen water, geen riolering, enz. De kinderen hebben altijd bronchitis en met het geld dat wij beschikbaar stellen heeft ze onder meer een inhaler gekocht. Rechts op de foto drie van haar kinderen, met links: Andreza.




Drie van de vijf kinderen die bij Irandy wonen.




Manoel Zacamas werd weduwnaar toen zijn aan alcohol verslaafde echtgenote overleed. Ze hadden samen een dochter, Luana Alexandra, die 10 januari 2007 10 jaar oud is geworden. Hij woont nu in een favela bij Club de Campo met Cleusa, de stiefmoeder van Luana. Cleusa is een niet gemakkelijke vrouw, maar zorgt goed voor Luana. Ze wonen nu al zes jaar samen in een huisje dat ze voor de duur van zes maanden hadden geleend.
De eigenaar wil het nu terug. Als het regent, regent het trouwens ook in de barak. Manoel, de vader van Luana is ernstig ziek en slikt 14 verschillende medicijnen per dag. Cleusa verdient wat bij met oud ijzer.
De kleine Luana weegt slecht 17 kilo.
Ze lijdt aan een foetaal syndroom wat het gevolg is van het alcoholmisbruik van haar moeder. Ze groeit wel iets, in de crèche van Dona Terezinha.
Cleusa zorgt ook voor Gilson. Zijn moeder heeft het te druk het te druk heeft om voor hem te zorgen en zijn oma wil dit niet langer. Deze knaap had nogal veel aarde (zand) gegeten en was ondervoed, maar nu gaat het hem goed dank zij onze adoptie van dit gezin. De eigen kinderen van Cleusa hebben het huis verlaten en wonen nu bij de vorige partner van Cleusa, die haar trouwens nergens in steunt.
Luana lijdt nog steeds aan de gevolgen van ondervoeding. Zo lijdt ze bovendien aan een kwaal die scoliose wordt genoemd, een afwijking van de wervelkolom. Luana is symbolisch geadopteerd door Rick en heeft daarmee een betere toekomst gekregen. Wij willen ook proberen voor dit gezin een huisje te vinden buiten de favela.




Ana Lucia Cameuni is 34 jaar oud.
Docher Gabriela is 6 jaar en wordt 19 november 7. Ana heeft aids, het stadium van hiv is gepasseerd omdat ze ondermeer hepatitis c heeft. Ze heeft geen inkomsten hoewel ze recht zou hebben op een kleine toelage van overheidswege. Maar zoals ik al zo vaak heb meegemaakt, krijgt ze die gewoon niet en zal er geprocedeerd moeten worden. Ze woont niet in een favela.
Maar haar huisje wordt mede bewoond door vijf andere gezinnen, onder anderen een man die regelmatig vrienden ontvangt en zeer bedreigend zijn voor Ana Lucia en Gabriela.
Ze kan soms een beetje werken als naaister. Voor een jurk ontvangt ze 80 centavo en als je dat door 2 ½ deelt, heb je de opbrengst in euro’s. Eurocenten dus.
Ik heb hier een goede vriend, Zé Carlos. Hij gaat met mij mee de favela´s in (overigens niet hij alleen, ik ga nu echt met een grotere groep de favela´s in, vijf tot zeven personen, om risico´s te vermijden). Zé Carlos verstrekte Ana Lucia maandelijks een cesta basica, een soort boodschappenmandje met basic voedsel zoals rijst, bonen, meel, enz). Meer kan hij niet, want hij zit ook aan de grond. RealAid heeft Ana met haar dochter geadopteerd en ook voor haar willen we een beter onderkomen zoeken.




Tenslotte heb ik Orlidia geadopteerd.
Ze heeft twee dochtertjes. Josefa Thalia van 8 heeft me een brief geschreven `Padrinho Olandes, ik ben Josefa Thalia en ben 8 jaar, ik heb een zusje van 7 jaar en mijn moeder Orlidia is 45 jaar.
Ik weet niet of u mij nog herinnert, maar ik vind u heel erg aardig omdat u een foto van mij en mijn zusje en het poesje heeft genomen.
Ik zou graag meer willen leren van uw land.
U heeft al zoveel kinderen dat u mij misschien wel vergeet wanneer ik groter ben en voor mijn moeder een huisje wil kopen en ik zal de schepper van de aarde en de hemel vragen u en ons niet te vergeten enz`.
Gelardeerd met tekeningen van het huisje dat ze voor haar moeder wil kopen. Leuk, he.
Ze wonen in een gang.
En hebben, zoals Josefa het zelf al zegt, een beter onderkomen nodig.




Adoptie van een kinderbed

Marta Carvalho Ribeiro de Lima, Helma Ferreira de Souza en haar man Antonio Fernando de Souza hebben al vele jaren geleden het instituut Lar Ebenezer opgericht. Vanaf de oprichting zijn vrijwilligers in de gezondheidszorg bij dit tehuis betrokken geweest.
De sociaal-economische situatie van het grootste deel van de Braziliaanse bevolking in de regio van Santo Andre is, om het voorzichtig uit te drukken, nogal hachelijk.
De inkomsten per hoofd van een familie zijn gemiddeld ver beneden het sociale minimum en er is feitelijk sprake van non-eerbiediging van de sociale humanitaire rechten. De publieke politiek is inefficiënt en kennelijk niet in staat de grote problemen op te lossen.
Zoals altijd zijn de kinderen het slachtoffer, ze worden alleen gelaten, slecht behandeld, seksueel misbruikt en er zijn de problemen die gepaard gaan met alcoholisme en drugsgebruik.
Op de foto een kind dat het slachtoffer is geworden van prostitutie; ze moet een man ontvangen voor een paar real.
Helma en Fernando hebben in hun tehuis een zestiental bedden voor kinderen die door de overheid aan het gezag van de ouders zijn onttrokken. Daarmee lijkt de betrokkenheid van de overheid op te houden. Want ze onttrekken de kinderen aan het ouderlijk gezag, maar stellen geen middelen beschikbaar om vervolgens die kinderen elders op te vangen.
Dat doen Helma en Fernando. Ze worden enigszins gesteund door giften en donaties.
We willen graag sponsors zoeken voor een kinderbed. De kosten hiervoor zijn 150 euro per maand, maar dank zij andere giften is het tekort beperkt tot 30 euro per maand. Voor dit bedrag zoeken we steun. Het bed is dus niet voor een enkel kind. Als het kind terugkan naar de ouders, komt het vrij voor een ander kind. Dat zelfde geldt als het kind (na een lange bureaucratische procedure) wordt geadopteerd door nieuwe ouders.
Helma en Fernando helpen ook kinderen die al in de prostitutie zaten




Cafe Colonial

Tijdens ons verblijf in oktober / november 2007 werden door ons de eerste families symbolisch geadopteerd in de deelgemeente Santo Andre. Inmiddels zijn er 7 gezinnen daar door RealAid symbolisch geadopteerd met steun van onze donateurs. Samen met 33 kinderen.
Tijdens een feestavond, georganiseerd door Dona Terezinha, waarvan de opbrengst ten goede komt van al haar activiteiten, hebben we met een bus deze families met hun kinderen uit de favela’s gehaald.
We lieten hen meegenieten van de lekkernijen die de vrijwilligers van Dona Terezinha hadden gemaakt. Op de foto rechts: met in het midden Dona Terezinha. Gegarandeerd dat velen de volgende dag buikpijn hebben gehad.
Want van de lekkernijen konden ze niet afblijven en het was de eerste maal in hun leven dat ze die kregen te eten. Tijdens het feest werd ik voorgesteld aan de toekomstig burgermeester van Santo Andre. Een kolossale man.
Maar mijn ervaringen met politici in Brazilië zijn niet bijster goed. Maar wie weet.












Het derde project: de chacara

We staan nu op het punt een zogenaamde chacara te kopen, een terrein met daarop een huis, een waterput en voorzien van water, riool en elektra.
Er is ruimte voor het bouwen van 6 huisjes (en in de toekomst nog eens 6 er boven op) van 4 meter breed en 10 meter diep, met 2 slaapkamers, een keukentje, douche/toilet en eetkamertje.
Te bouwen in de achtertuin van deze chacara. De gemeenschappelijke tuin zou gebruikt kunnen worden als moestuin voor de gezinnen. Op 400 meter afstand (via een zandweg) is er een bushalte waardoor de kinderen naar school kunnen (in de buurt) en enige winkels bereikbaar zijn.
Deze bus rijdt verder door naar het centrum van Santo Andre, onder meer naar het jeugdcentrum. Onze Stichting heeft de middelen om de chacara te kopen, mede dank zij de hulp van Lions Clubs (o.a. Assen en Appingedam/Delfzijl).
We hopen met hulp van Cordaid Nederland de financiering voor de bouw van de huisjes te kunnen realiseren voor de gezinnen die node een ander en beter onderkomen nodig hebben. Zoals ik in deze nieuwsbrief heb beschreven. Voor deze bouw is het dus wachten geblazen op meer financiële steun.
Tijdens de update van deze website heeft Cordaid ons meegedeeld dat ze ons project niet zullen steunen, omdat ze geen projecten in Brazilie meer willen steunen. We zijn dus des te meer afhankelijk geworden van uw hulp.